Note 7 — XXXI. Vriendengekeuvel.—De opium te Atjeh.
Reading edition
Op bladz. 154 van het Kol. Verslag over 1883 vindt men aangeteekend, dat de opiumpachter van het perceel Semarang aan pachtschat betaald heeft ƒ 1,260,000
dat aan hem gedurende dat jaar verstrekt zijn 23600 katies ruwe opium uit ’s rijks magazijnen ad. ƒ 30 het katie 708,000
Nu heeft die pachter eene uitgave gehad, om van die hoeveelheid ruwe opium te maken tjandoe en madatpilletjes, gereed om gerookt te worden, ongeveer van 12,000
In het pachtperceel Semarang bestaan volgens Stbl. No. 229 van 1814, 52 opiumkitten,7 die gemiddeld eene uitgave vereischen van ƒ 1000 ’s maands 624,000
totaal uitgaven 2,604,000
Transport uitgaven 2,604,000
Volgens alle deskundigen, ook volgens art. 16 van de Ordonn. van 25 Sept. 1874, Stbl. 228, levert het zuiveren van ruwe opium 50% verlies op, zoodat van de uit de rijksmagazijnen ontvangen 23600 katies ruwe opium slechts 11800 katies tjandoe verkregen werden.
Het aangehaalde Koloniale Verslag geeft aan, dat de pachter zijn tjandoe verkocht heeft tegen ƒ 0,14 per mata of tegen ƒ 224 per katie 2,643,200
zoodat er eene netto winst gemaakt is van ƒ 39,200