← Table of contents
Baboe Dalima

Note 1 — XXXI. Vriendengekeuvel.—De opium te Atjeh.

Reading edition

Het vertrek zelf van onzen gevangene was niet onaardig gemeubeld. Eene nette tafel, eene gemakkelijke bank, een zestal stoelen,—allen Japara-meubelen1—een smaakvolle spiegel, een viertal snoeperige medaillon-portretten aan den wand, eene fraaie hanglamp aan het plafond, terwijl de vloer met eene sierlijke mat van fijn gespleten rottan bedekt was. Wat evenwel het fraaiste stuk in het vertrek moest genoemd worden, was de piano, die Van Beneden naar de cipieran had laten brengen. De slaapkamer, die vlak naast het beschreven vertrek lag, en door middel van een binnendeur daarmede in verbinding stond, was even smaakvol gemeubeld, zoodat Theodoor Grenits zijne gevangenschap dan ook niets bar vond, en volstrekt geen aanleiding vond, om „Mes Prisons”2 of iets dergelijks te schrijven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings