Note 4 — XXIX. Van Nerekool op verkenning.—Eene vrijspraak.
Reading edition
Roepanja kasar dan hitam en bahoenja ketjoet. De in den tekst bedoelde commissie van keuring en weging bij opiumsmokkel bestaat gewoonlijk uit Chineezen, die van scheikunde in de verste verte geen denkbeeld hebben, en dan ook slechts op gevoel, kleur en reuk afgaan, om te constateeren of de aangehaalde opium al dan niet afkomstig is van de Gouvernementskitten. Wanneer de lezer nu zal weten, dat de opiumpachters in den regel de grootste opiumsmokkelaars en opiumvervalschers zijn, dat de kithouders op hunne beurt een gild vormen van nog erger allooi dan hunne bazen, dan kan hij zich een denkbeeld maken, welke soort van rechtsbedeeling den Javanen gewordt. Dat de lezer nu niet meene, dat ik hier fantaiseer of overdrijf. De hierboven gebezigde Maleische uitdrukking is getrokken uit een behoorlijk beëedigd proces-verbaal van zoogenaamde deskundigen. Hij, die daaromtrent meer wil weten, zie het Ind. Weekblad van het Recht No. 863 van 1879, waarin een vonnis van den landraad te Djoana, praesident Mr. J. H. Abedanon, dat te recht eene dergelijke keuring brandmerkte. Maar tegenover ééne zoodanige behandeling van zaken, hoevele veroordeelingen geschieden niet ter wille van de opiumpacht? De inzage van No. 879 jaargang 1880 van hetzelfde Weekblad is ook aanbevelenswaardig. Daarin komt een vonnis voor van den landraad te Koedoes, en stelt de redactie daaronder: „Bovenstaand vonnis is wel in staat om menigen politierechter te doen terugdenken aan de tallooze veroordeelingen in dergelijke zaken, die hij op grond van een onderzoek door deskundige Chineezen op de politierol heeft uitgesproken.”
’k Voeg aan het woord der redactie v. h. Weekbl. v. h. Recht dezen uitroep toe: En aan de veroordeelingen tot DWANGARBEID, gelijkstaande aan onze TUCHTHUISSTRAF! Nederlanders! hoort gij het!? ↑