← Table of contents
Baboe Dalima

Note 2 — XXVIII. Correspondentie.

Reading edition

„Hoe onverschillig de resident oogenschijnlijk die ontvluchting ook behandelt, wanneer zij ter sprake komt,” schreef de jeugdige koopman, „blijft toch niet onbekend met welke zenuwachtigheid de vluchtelingen opgespoord zijn geworden. Ik kan u verzekeren, dat zelfs de spionnen van den opiumpachter in den arm zijn genomen, toen de politie in hare taak te kort schoot. Maar sedert Singomengolo met twee opiumhandlangers vermoord, maar niet beroofd zijn geworden, heerscht werkelijk angst in de bestuurskringen, en is zelfs gemompeld geworden, dat de pradjoerits-wacht aan het residentiehuis zoude verdubbeld worden. Ik kan dat evenwel pertinent tegenspreken. Als gewoonlijk drentelen de twee schildwachten voor het perron van den Grooten Heer op en neer. De kommandant van dat eerbiedwekkend korps civiele soldaten verzekerde mij zelfs, dat de patroontrommel in de wachtkamer van het residentiehuis niet ontzegeld is.2 Dat is gelukkig ook; want, wanneer die dapperen met scherp gaan schieten, zijn zij mijns bedunkens gevaarlijker voor de goedgezinden dan voor de kwaadwilligen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings