Note 2 — XXVII. Summum jus summa injuria.—Vader en zoon veroordeeld.—Singomengolo vermoord.
Reading edition
De resident dacht een oogenblik na. Een bericht van een der landheeren uit het district Banjoe Pahit doelde op de mogelijkheid, dat er ketjoepartijen2 in den omtrek zouden kunnen plaats hebben. Maar dat bericht was zoo vaag, had zoo weinig steun; terwijl de nieuwe controleur van Banjoe Pahit, wien hij dat bericht in handen gesteld had, gerapporteerd had: dat de meest gewenschte rust in het district heerschte; dat de bevolking tevreden was, en zich geen spoor van onrustbarende verschijnselen voordeed; dat, wel is waar, de landrente traag vloeide3 maar dat integendeel de andere middelen van inkomsten een beter aanzien hadden, die op bestaanden welvaart wezen; zoodat dan ook, met de opiumkit te Kaligaweh tot grondslag, aangenomen kon worden, dat bij de aanstaande opiumverpachting, de pachtschat voor de residentie Santjoemeh aanmerkelijk hooger kon loopen; terwijl het te voorzien was, dat ook de verstrekking van opium uit ’s lands pakhuis aanzienlijk zoude vermeerderen.4