Note 1 — XXVII. Summum jus summa injuria.—Vader en zoon veroordeeld.—Singomengolo vermoord.
Reading edition
Art. 23 van het opium-reglement luidt:
„Alle overtredingen der bij dit reglement gemaakte bepalingen waarop geen bizondere straffen zijn gesteld, worden gestraft met boete van een duizend tot tienduizend gulden voor elke hoeveelheid van honderd katie opium of daar beneden, waarmede de overtreding is gepleegd en een honderd gulden voor elke katie meer en bovendien met gevangenis, de eerste maal voor den tijd van een maand tot drie jaren en bij herhaling voor den tijd van drie maanden tot vijf jaren.
„De gevangenisstraf in de vorige alinea bedoeld, wordt met opzicht tot Inlanders en met hen gelijkgestelde personen vervangen door dwangarbeid buiten den ketting van gelijke duur.”
Dwangarbeid staat gelijk met onze tuchthuisstraf.
Nederlanders, hoort gij het? Dwangarbeid voor een eenvoudige sluikerij! Verbeeld u, dat iemand hier te lande voor eene eenvoudige smokkelgeschiedenis van gedistilleerd tot tuchthuisstraf zou kunnen veroordeeld worden. Verontwaardigd werpt gij die veronderstelling ver van u. Ja, maar uwe lasthebbers daar ginds hebben reglementen volgens welke de Inlanders voor eene eenvoudige opiumsmokkelarij tot dwangarbeid veroordeeld kunnen worden. En ziet het Weekblad van het recht maar eens nauwkeurig in, dan zult gij ervaren dat die straf ook toegepast wordt.
Tot zulke vreeselijke anomaliën brengt de gevloekte opiumpacht! ↑