← Table of contents
Baboe Dalima

Note 2 — XXIV. Ouders en dochter.—Gezag tegenover plicht.

Reading edition

De heer Meidema doelt hier op het besluit van 18 Sept. 1853 No 5 (Ind. Stbl. No 73) waarin bij Art. 1 1a B. bepaald is: dat de aanbrengloonen nimmer kunnen genoten worden door hoofden van gewestelijk en plaatselijk bestuur en hunne secretarissen, doch dat hunne aandeelen in den buit, bijaldien een van deze ambtenaren als aanhaler of aanbrenger mocht voorkomen, zullen worden gebracht ten bate van den lande; en op het besluit 11 April 1874 No 14 (Ind. Stsbl. No 106) waarbij de vorenstaande bepaling toepasselijk is verklaard voor de assistent-residenten voor de politie. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings