← Table of contents
Baboe Dalima

Note 1 — XX. Aan de rijsttafel.

Reading edition

Ja, die pandoppo was steeds gezellig; maar was het vooral in dezen stond, nu de gastheer zich door goede vrienden rondom den disch omringd zag! En die disch bracht het zijne aan het gezellige van het samenzijn bij. Daarop stonden toch dampende schotels rijst, hagelwit en droog van korrel in de „koekoesan”1 gekookt; daarop stonden toch schalen en schoteltjes met alle mogelijke kerri’s, sajoran’s, sambalan’s, atjaran’s2 als: kerri ikan,3 piendang ajam, piendang klowek,4 rawoen daging, sajor loddeh, sajor gado gado,5 sambal oelak, sambal goreng oedang, sambal telor, sambal ikan mejrah, sambal petèh, sambal badjak,6 atjar bawang, atjar lombok, atjar tjampoer-adoek,7 enz. enz. En dan die vleesch- en vischschotels met dendeng ragi, met dendeng minjangan,8 met sasateh, met besengeh, met petjiel,9 met ajam goreng, met ajam pangang,10 met ikan goerami, met ikan bandeng assep,11 met telor troeboek, met kroepoek oedang,12 enz. enz. Alle die lekkernijen en nog zooveel meer waren bij eene volledige rijsttafel onontbeerlijk, en brachten het hare er toe bij, om ze heerlijk te doen smaken. Maar, wat vooral de aandacht der Lucullussen bij het binnenkomen der pandoppo getrokken had, en hen bij voorbaat begeerig had doen smekken, was een speen varkentje, dat geheel gebraden, op zijne vier pootjes staande, met eene citroen in den snuit, op een grooten schotel, in het midden van den disch stond te prijken. Dat was een product van de jacht, een biggetje, hetwelk als een der eerste slachtoffers onder de kogels der blanken gevallen was, en door een van Verstork’s bedienden dadelijk naar huis gebracht was, om de hoofdrol op den jagersdisch te vervullen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings