← Table of contents
Baboe Dalima

Note 15 — XX. Aan de rijsttafel.

Reading edition

Als ik mij wel herinner. Het is niet te verwonderen, dat een jong koopman als Grenits de verslagen van de zittingen van den Raad van Ned. Indië niet ongeschonden in het hoofd had. Het advies van dat regeeringslichaam, waarop de jeugdige handelaar doelde, was in de zitting van 21 Mei 1861 uitgebracht en luidde woordelijk:

„De opiumpacht heeft steeds als middel van inkomst de belangstelling van de regeering dezer landen in hooge mate gaande gehouden, en ieder middel, dat leiden kon om de jaarlijksche opbrengst van deze pacht op te voeren, werd met gretigheid aangenomen. Zelfs de latere tijd getuigt daarvan, want de in 1832 aangenomen en sedert gevolgde wijze van opiumverpachting had ten doel om van dezen tak van inkomst meer voordeel voor de schatkist te hebben, en het mag niet worden ontkend, dat het gestadig toenemen van den opiumpachtschat voor de Regeering tot dusverre geene onverschillige zaak is geweest.”

Hoort ge, Nederlanders? Ieder middel—ik cursiveerde die woorden—dat leiden kon de jaarlijksche opbrengst van deze pacht op te voeren, werd met gretigheid aangenomen. Ieder middel! Ook de meest onzedelijke! En laat u nu niet misleiden, dat die volzin op het verledene, op 1871 zou duiden. Telken jare wordt de opbrengst van de opium op de begrooting door uwen Min. v. Kol. twee millioen hooger geraamd, wat aan een bevel gelijk staat, om den opiumhartstocht al hooger en hooger op te zweepen. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings