Note 1 — XIX. „Toeloeng! Toeloeng, toean!”
Reading edition
De bende wilde varkens was zeer geslonken. Het waren er niet velen, die den doorbraak der linie drijfjagers overleefden. Het grootste gedeelte was in de kloof onder de kogels der Europeesche schutters gevallen. Het was eene ware slachting, die daar plaats gehad had. Een vijftiental lijken lagen daar uitgestrekt, ongerekend de tjellengs, die met een kogel in het lichaam, of de huid opengereten door een schampschot, hun heil in de vlucht gezocht hadden, maar den dood niet ontkomen zouden1.