← Table of contents
Baboe Dalima

Note 2 — XVII. In den Djoerang Pringapoes.

Reading edition

En waarlijk, de ravijnwanden, allen uit grauw lavatrachiet bestaande, torenden steil hemelhoog op, terwijl hier en daar een afgevallen brok in de helling was blijven liggen, waarop wat teelaarde neergekomen was, en zoo een groen eilandje in die steenenmassa schiep. De rotsblokken, die daar het terrein versperden, waren ontelbaar en reusachtig te noemen; terwijl vele wilde struiken, waaronder de Sembong, de Kemanden kerbo, en de Oering aring2 en slingerplanten als de Oeweh lilin3 met hare vinnige doornen ruim vertegenwoordigd waren. Ettelijke knoestige stammen van den Djatie doerie4 en van den Siwallan5 staken hier en daar hunne schrale kruinen omhoog, en vermeerderden, door dat zij tot steunpunten dienden voor de ontwortelde boomen, die de bergstroom bij bandjir er tegen en tusschen door gesleurd had, de moeielijkheden van dat terrein.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings