Note 1 — XVII. In den Djoerang Pringapoes.
Reading edition
Toen sloeg de bediende onvoelbaar zacht aan het voeteneind de sprei op, die zijn heer toedekte. Bij de vierbekkige palita,1 die met een kettinkje aan een der daksparren van het gebouwtje bengelde, kon hij genoegzaam rondkijken. Toen hij een der voeten van Verstork ontbloot had, begon hij diens grooten teen te kriewelen.