← Table of contents
Baboe Dalima

Note 6 — XVI. Het opium-monopolie.—Een vertrouwelijk uurtje.

Reading edition

En de Vertegenwoordiging nam die raming zonder blikken en blozen aan. Och, wat was Grenits nog naïef met zijne verontwaardiging. De opiumramingen van 1886 en van 1887, die respectievelijk 21 en bijna 22 millioen bedroegen, zijn evenzeer zonder blikken of blozen aangenomen. Nederland heeft geld noodig en dan komt het er niet op aan, uit welk riool dat geld door de Regeering met vuil viezen vinger gehaald wordt. In de Eerste Kamer werd de Minister Sprenger van Eyk in 1885 nog geprezen voor zijn financiëel beleid. Hoera, voor de Nederlandsche Vertegenwoordiging! ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings