Note 8 — XVI. Het opium-monopolie.—Een vertrouwelijk uurtje.
Reading edition
„Oorspronkelijk was de opiumpacht slechts bestemd,” ging Grenits onverstoorbaar voort, „om, door het opdrijven van den amfioenprijs, dit artikel te stellen onder het bereik van het geringst aantal personen; zoodat, afgaande op die grondstelling, elke regeling moet worden veroordeeld, die de strekking heeft, om door een vermeerderd debiet de rijzing van den pachtschat te verkrijgen.8 Nu, kort geleden, is zij door een Minister van Koloniën tot een belastingheffingsstelsel verheven9. Ziet, wanneer zulke feiten onwraakbaar te staven zijn, dan moet het oordeel klinken; onze Regeering en onze Vertegenwoordiging zijn overtuigd van het diep rampzalige van het opium-verbruik bij hun Indische onderdanen; maar zij willen geen afstand doen van de gelden, welke door de vergiftiging van geheel een volk opgebracht worden.”