Note 6 — XVI. Het opium-monopolie.—Een vertrouwelijk uurtje.
Reading edition
„Zoo! Dunkt u dat?… Welnu, neem Baud’s Proeve ter hand. Daarin zult gij onweerlegbaar aangeteekend vinden, dat men er steeds op uit geweest is, om de opium-opbrengsten op te zweepen. Er is geen brutaler waarheid dan die der cijfers! En luistert: het opiummiddel, dat in 1832 drie millioen, in 1842 bijna zeven millioen, in 1870 tien millioen, in 1880 bijna dertien millioen had opgebracht, werd voor 1885 op bijna negentien millioen geraamd, en de Vertegenwoordiging nam die raming zonder blikken of blozen, zonder een woord van protest aan.6 Periodiek wordt in Regeerings- en in andere kringen van het vaderland geteemd en geweend over de opium-ongerechtigheden; maar inmiddels laat men de bestuurders volkomen de handen vrij, om volgens de geijkte uitdrukking: er uit te halen, wat er uit te halen is.”