Note 11 — XVI. Het opium-monopolie.—Een vertrouwelijk uurtje.
Reading edition
Stipt en onwrikbaar hun plicht zullen doen. Ja, dat zullen zij! Maar … hoe wordt hun plichtsbetrachting door de Regeerende personen gewaardeerd? In de Kamerzitting van 11 November 1885 permitteerde de Min v. Kol. Sprenger van Eyk zich de persiflage: „zij pruttelen wel, maar dat is niet gevaarlijk. Rechtmatige klachten inbrengen wordt in den mond van die Excellentie pruttelen geheeten, en daaraan wordt eerst aandacht geschonken als het gevaarlijk wordt. ↑