← Table of contents
Baboe Dalima

Note 6 — XV. Onder den Wariengienboom.—In de opium-kit.

Reading edition

„De Nederlandsche Handelmaatschappij is als eene laatgeboren spruit der Oost-Indische Compagnie, onzaliger nagedachtenis, te beschouwen, en als het ware geïdentifiëerd met de Nederlandsche Regeering, wier winkelier zij is in de kruideniersaffaire, aan te merken. Het opiummonopolie wordt door den Staat gedreven; was het wonder, dat de „Companie ketjil”6 als opiumpachter optrad? Toch heeft het niet lang geduurd, dat dit Europeesch handelslichaam, die eervolle betrekking behield. Volgens Baud, trok de Regeering niet genoeg winsten uit die verpachting, zoodat zij het andermaal met Chineezen wilde beproeven, die meer tuk op voordeel, dien heilloozen handel tot zijnen hoogsten bloei zouden brengen. Van een anderen kant, wanneer ik de namen der Nederlandsche geslachten zie, wier hoofden toen der tijd de bestuurders en leden van de Nederlandsche Handelmaatschappij waren, dan vermag ik de gedachte niet te onderdrukken, dat die voorname lieden geen leedgevoel zullen ondervonden hebben, toen die vuile bron van winstbejag voor hen verstopt werd.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings