← Table of contents
Baboe Dalima

Note 8 — XIII. Op weg naar het jachtterrein.

Reading edition

Banjoe Pahit, eene groote dèsa, die vriendelijk in een licht doorsneden heuvelachtig terrein gelegen was, had heden ter eere van de verwacht wordende gasten haar feestkleed aangetrokken. Allerwegen verschenen de bewoners, zelfs de vrouwen en kinderen, in hunne beste kleederen, die zij gewoonlijk ’s Vrijdags slechts aan hadden.8 Aan den vlaggestok, die op het erf van de controleurswoning stond, wapperde een spiksplinter nieuwe Nederlandsche vlag. De wedono, de loerah, en de andere hoofden, ja zelfs de „mantri tjatjar” (vaccinateur) der afdeeling, en de „panghoeloe” (priester) hadden dat voorbeeld gevolgd, en hunnen ijver en genegenheid trachten te betoonen door ook de driekleur naast hunne woning, aan een bamboestaak, waaraan anders eene kooi met „perkoetoet’s” (tortelduif) geheschen werd, thans te ontrollen. Allerwegen klonk de gamelan en verleende aan de feestelijke stemming der bewoners, die allen op de been waren en de heeren vriendelijk begroetten, een eigenaardigen localen stempel.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings