Note 7 — XIII. Op weg naar het jachtterrein.
Reading edition
Anders was het gesteld met Frits Mokesuep, die met de anderen een scherp kontrast vormde. Hij telde omstreeks dertig jaren, en bekleedde de betrekking van commies bij de controle-afdeeling van de in- en uitvoerrechten en accijnzen te Santjoemeh. Hij had in zijne jeugd slechts elementair onderwijs genoten, doordat hij, nog zeer jong zijnde, reeds door zijn vader op het kantoor van een ontvanger van de rijksbelastingen in eene kleine provinciestad geplaatst was geworden. Dat gebrek aan opvoeding had hem ieder vooruitzicht benomen, om het ooit verder op de maatschappelijke ladder te brengen dan tot controleur bij het financiewezen in het moederland. Door dat denkbeeld beheerscht, had hij aan de oproeping van would be fiscale specialiteiten, indertijd door den Minister van Koloniën gedaan, ten gevolge van de wijzigingen in de steeds zoo slecht werkende comptabiliteits-wet in Nederlandsch-Indië noodzakelijk geworden, gehoor gegeven, en was als financiëel ambtenaar met dispensatie van het afleggen van eenig examen7 naar de overzeesche bezittingen vertrokken, in de hoop daar met zijnen buigzamen geest, in weerwil van zijne wetenschappelijke tekortkomingen, zich eene loopbaan overeenkomstig zijne aspiratiën te kunnen scheppen.