Note 5 — XIII. Op weg naar het jachtterrein.
Reading edition
„Juist gezien! En geëscorteerd door den „wedono,” den „djoeroetoelis,” den „loerah,” den „kabajan,” den „kamitoewa,” den „tjarik,”5 in één woord, God helpe! door het geheele district- en dèsa-bestuur van Banjoe Pahit met hun talrijk gevolg. En waarachtig! allen in groote tenue, in groot gala op hunne kleine paardjes gezeten, die met geel galon geboorde chabrakken van tijgervel versierd zijn, en waarop de goed gevulde en rijk gestikte zadels van rood laken of fluweel rusten! Hoerah! „Ramen besar”! (groote pret)” riep Eduard van Rheijn opgewonden uit, terwijl hij met zijn kurken helmhoed de tegemoet rijdenden toewuifde.