← Table of contents
Baboe Dalima

Note 4 — XIII. Op weg naar het jachtterrein.

Reading edition

De paarden evenwel waren vurig en onvermoeibaar en spoedden ijverig voort; in flinken draf, wanneer de baan effen was, in galop, wanneer zij steeg. Zelden behoefden de edele dieren in stap gebracht te worden, en waren dan nog in dien gang niet te houden. Daarbij het landschap, hetwelk de beide vrienden doorsneden, was in den volsten zin des woords verrukkelijk te noemen. Eerst voerde de weg door vriendelijke dèsa’s, die met hunne bruine atap-daken, met hunne goudgele kadjang-omwandingen, eene lieve schakeering vormden te midden van het groen der vruchtboomen, die het geheel overschaduwden. Daarna volgden klappertuinen, waar die slanke palmboomen, in rij en gelid geplant, hoog in de lucht hunne wuivende bladertakken, waaruit hare kruinen bestonden, verhieven en een zonderling grillige schaduw op de groene graszoden wierpen, die den bodem bedekten. Verder doken de schaakvormige vakken van een uitgebreid sawahveld uit de diepte van een terreinplooi op, lieten de galangan’s, die haar omgaven met haar groen kleed van gras of beschaduwd door „toeri”- of „klampies”-4struikjes, duidelijk ontwaren, terwijl de vakken of velden in dit jaargetij als ontelbare waterbekkens in de zon glinsterden, daar zij in dit seizoen na den oogst, behoorlijk bevloeid waren, en dus aan vierkanten vloeibaar zilver, met eene groene omlijsting omgeven, gelijk waren. Achter dat sawahveld verhief zich het gebergte, dat met zijne vooruitspringende heuvelen, geheel met maagdelijk bosch overdekt, een donkergroenen band boven die glinsterende vakken vormde, die evenwel langzamerhand, naarmate de afstand voor het oog vermeerderde en de gezichtseinder zich derhalve uitbreidde, in het donkerblauwe overging, hetgeen tegen het meer lichte azuur des hemels scherp maar bekoorlijk afstak. Op sommige punten konden de ruiters, wanneer de paarden eene heuvelkling in galop bestegen hadden, en eenige verademing genieten moesten, bij het wenden van het hoofd de Java-zee bespeuren, die daar bij den horizon onder het zonlicht als een onmetelijke spiegel lag te schitteren, waarop de zeilen der vaartuigen zich als witte meeuwtjes voordeden, of als tegenstelling de zwarte rook van een stoomschip, die zich in dikke krullen somber over het watervlak omboog, ontwaard werd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings