Note 1 — XIII. Op weg naar het jachtterrein.
Reading edition
En inderdaad de jongelieden hadden nauwelijks tijd een glas bier met elkander te drinken en eene sigaar op te steken, toen twee fraaie rijpaarden verschenen, echte Makassaren,1 niet zoo bizonder fraai van bouw als Kedoeërs, of als Batakkers2, maar voorzien van een breede flinke borst, die èn kracht èn onvermoeibaarheid aanduidden, voorzien van flink gespierde beenen, die wel slank en onbevallig, maar daarbij sterk en lenig waren.