Note 1 — VADERS BOEK
Reading edition
Daar gaat de bel.… dat zal de eierenboer zijn en moeder moet naar hem toe, dat duurt, met uitzoeken en rekenen en tellen, meestal een heele poos! De klok slaat, het is half twee en gelukkig Woensdagmiddag. Denk eens even, dat we nu naar school moesten.… we zouden toch onmogelijk kunnen opletten.… we zouden toch zeker aldoor aan Vaders Boek moeten denken.… en aan Zaragossa.… en aan den edelen Rabbijn Salomon ben Adazja.… Dat Vader zoo iets bedenken kon en dat het een feuilleton wordt, zoo’n echt, met „Wordt Vervolgd” eronder.… Vader is ontzaglijk knap, dat wisten ze.… laatst heeft Vader ook iets geschreven, dat in de krant moest komen, het was geen verhaal, het was een „stuk” tegen een Professor, het was over de besnijdenis, en die Professor had er wat op te zeggen gehad. Ze hebben overal wat op te zeggen, en ze weten, zegt Vader, niets ervan af, misschien geen vijf-en-twintig van de zes-honderd-en-dertien ge- en verboden kennen ze, ze weten van voren niet dat ze van achteren leven, ze doen het maar om weer eens iets te kunnen aanmerken! Voor het stuk over de besnijdenis hebben ze elk een stuiver van Vader gehad, voor het overschrijven.… om de beurt een bladzij.…. op hun mooist,.… er waren een boel vreemde en moeilijke woorden in, soms stond een woord er heelemaal niet, daar was enkel de ruimte voor open gelaten.… „Als je goed nagaat, heeft Vader nu vijf beroepen.…” Vijf …? Ja, vijf! Want ten eerste is Vader sjoumer van het Rabbinaat … voor de boeren die de koosjere kaas moeten maken. Daar gaat Vader rond, en hij komt op onverwachte tijden, om te zien of ze geen wrongel voor de kaas gebruiken.… want wrongel is uit een kalvermaag.… en je mag natuurlijk geen vleesch met melk vermengen. Daarom is treifene kaas dan ook treife.… Nu hoef je niet te vragen, hoe de Opperrabbijn Vader vertrouwt, zonder Vader aten de menschen in de stad, aten zij-zelf misschien treifene kaas! Ten tweede is Vader Vertegenwoordiger, in het opkamertje achter den winkel van Zadok Krant, die nu dood is. Daar staan de kisten met de mooie en gewone tefilles en magsouriem1, de doozen met dure en goedkoope talleisiem2, met fijne en daagsche „arbang-kanfous”3, de pakjes witte en gekleurde hafdolo-kaarsen4 die de menschen elkaar cadeau willen geven, en die ze dan bij Vader komen uitzoeken.… Vader is geen winkelier, Vader is vertegenwoordiger.…, en het is Vaders tweede beroep en daardoor heeft Vader ook zijn derde beroep gekregen. Want sinds Zadok Krant is gestorven, houdt Vader voor de oude juffrouw „de boeken bij.” Die boeken hebben niets te maken met boeken die je schrijft, je ziet ze liggen op de toonbanken in de winkels, ze zijn heel dik, met figuren op sneê, met roode en blauwe lijnen, met verschrikkelijk veel cijfers. Zulke boeken worden niet geschreven, maar „bijgehouden” en dat doet Vader voor juffrouw Krant, dat is Vaders derde beroep.