Note 2 — DE CARRILS.
van Heuvelinck translation
„Bij de heilige Jonkvrouw, Mylord, neem toch mijn raad ter harte. Carramba!” vloekte de vrome Pedro, haastig een kruis slaande. „Wie van den duivel spreekt, ziet zijn staart. Voor de laatste maal, gringo,2 wilt gij met mij naar het Westen rijden of alleen naar …. Carratscho! ’t Is reeds te laat! Zaagt gij daar niet plotseling voor één enkel oogenblik een menschenhoofd te voorschijn komen? Waar het gebleven zou zijn? …. In die vervloekte greppels kunnen zij zich zoo gemakkelijk verschuilen. Daar,” vervolgde de gaucho opgewonden, „daar Mylord, daar, dicht bij den opstijgenden rook een ruiter,…. verdwenen is hij alweer! Carratscho! Dat was de vent dien ik gezien heb. Nu gaat hij ons verraden.”