← Table of contents
Avonturen aan gene zijde van den Evenaar

Note 1 — DE CARRILS.

van Heuvelinck translation

De beide ruiters, die dit gesprek voerden, reden op de groote vlakte van Patagonië naar Argentinië welke zich uitstrekt tot de Rio Pilcamayo. Zij bevonden zich op de hoogte waar de Rio Negro met donderend geweld zijn wateren in den oceaan stort, en op eenige honderde mijlen afstand van de bekende nederzetting Carmen de Patagones. De een, een man in de kracht van zijn jaren, bereed een buitengewoon mooi ros, welks edele vormen getuigden van zijn Andalusieschen oorsprong; de ander zat op een klein kastanjebruin paard zonder eenige schoonheid, maar van krachtigen lichaamsbouw. Het uiterlijk der beide reizigers was al even verschillend als dat hunner dieren. Hij, die het vurige ros zoo volkomen in bedwang had, was lang en tenger maar sterk gespierd; een eenvoudige uit beste stof vervaardigde kleeding omsloot zijn lenige gestalte. Het blonde haar en de lange blonde baard, evenals de blanke door de zon gebruinde gelaatskleur wettigden het vermoeden, dat hij op het noordelijk halfrond het levenslicht had aanschouwd. Zijn metgezel, een nog jonge man, was een dier figuren, dien de reiziger in Argentinië op al zijn tochten ontmoet. Gekleed in het korte Spaansche buis en de wijde broek, over zijn schouders de poncho, om de heupen een bont gekleurde met franje versierde doek, de voeten in plompe hooge laarzen met sporen, was hij, rechtop en onbewegelijk in den zadel gezeten, het onvervalschte type van den echten gaucho.1

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings