Note 10 — DE GEEST
Reading edition
Het meervoud van het voornaamwoord des tweeden persoons wordt gemaakt met het bijvoegen van lie, zijnde eene verkorting van lieden. Men zegt geulie of gylie en eulie of ulie; dit laatste voor aan u, als ook voor de bezittende voornaamw. meervoud uw, uwe, uwen; b.v. Geulie weet het. Ik zal eulie straks euliën boek teruggeven.