Note 18 — DE GEEST
Reading edition
De onvolmaakt verledene tijd van het werkwoord doen is: Ik dé, voor: ik deed, enz. Gij dé Hij dé Wij déën Gijl. dé of deed Zij déën.
Reading edition
De onvolmaakt verledene tijd van het werkwoord doen is: Ik dé, voor: ik deed, enz. Gij dé Hij dé Wij déën Gijl. dé of deed Zij déën.