← Table of contents
Avondstonden

Note 11 — DE GEEST

Reading edition

De onvolmaakt verledene tijd van het werkwoord zeggen is als volgt: Ik zé, voor: ik zeide, enz. Gij zè Hij zé Wij zéën. Gijl. zéet Zij zéën. Het verleden deelwoord is gezèed.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings