← Table of contents
Aspasia

Note 11 — VI. IN HET CEPHISSUS-DAL.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

„Zoo gaat het altijd met de bemiddelaars,” hernam Sophocles lachend, „en met allen, die zelfs wanneer het hun verzocht wordt, zich in de aangelegenheden van minnenden te mengen. Ik word nu bespot en bijna met verwijtingen overladen, omdat ik, de rede predikende zelf zoo onredelijk was, aan verliefden raad te willen geven. Daarvoor wil ik nu mij zelven straffen, daar ik u aanstonds aan uw eigen wijsheid overlaat. Voor een korten tijd neem ik van u afscheid, opdat gij uwe zaken alleen in het reine kunt brengen. Ik ga zorgen, dat gij niet den geheelen dag zonder lafenis van spijs en drank moogt doorbrengen. En wanneer ik soms, terwijl gij uwe zaken bespreekt, wat lang in gindsche laurierboschjes vertoef, weet dat mij daar geene Aspasia wacht, maar dat ik in die schaduwschemering, met mijne wastafeltjes op de knie en de stift in de hand, de klaagtonen van de edele dochter van Oedipus11 beluister …”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings