Note 9 — VI. IN HET CEPHISSUS-DAL.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„O vraag mij niet naar mijn lot en het zijne op dien dag,” riep Pericles lachende uit. „Stel u den man voor, wien men, zooals de sage meldt, zijne kinderen lekker toebereidt, als een maal voorzette; thans eerst kan ik mij de verwondering en ontzetting van mijn gemoed voorstellen, nu mij het wel is waar niet zoo afschuwelijke, maar toch haast even treffende wedervoer, den prachtigen vogel, die, naar ik geloofde, zijn prachtigen vederdos voor de verrukte Aspasia ontplooide, dien zij als een nieuwen Argus9 beschouwde, haar door haar geliefde toegezonden, om als in zijne plaats met honderd liefdesoogen de wacht te houden—dat ik dien vogel dood, geplukt, tot eene vormelooze, gebraden massa op mijn bord heb gezien!”