Note 8 — VI. IN HET CEPHISSUS-DAL.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Laat Aspasia slechts een korten tijd in deze oorden wandelen,” zeide Pericles, „en gij zult weldra met de onopgeschikte natuur niet meer tevreden zijn. Zij zal u weldra met uw tuin betooveren en veranderen. Dat is zoo hare manier. Waar zij gaat, daar ontspruiten bloemen onder hare voeten. Ongemerkt weet zij iemand te ontvonken en wanneer zij zich een paar woorden over uw tuin laat ontvallen, zult gij geen rust meer hebben, voor gij hem tot iets gemaakt hebt, dat zich kan meten met den lusthof der Hesperiden8 of met den tuin van Phoebus aan de uiterste einden der zee, of met den Cyrenaeïschen hof van Zeus en Aphrodite, of den tuin van Midas met haar honderdbladige rozen of ten minste met den lusthof van een Homerischen Alcinoös, den vorst der Phaeken op het eiland Scheria.”