Note 2 — VI. IN HET CEPHISSUS-DAL.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Gemakkelijk schijnt het van de voorwerpen, die hier te zien waren, de namen en het uiterlijk in woorden weder te geven; onmogelijk echter is het den blijmoedigen en gelukkigen vrede te schilderen, die over dit weelderig groene dal, door wouden omzoomd, door de wateren van den Cephissus besproeid, door nachtegalen bezocht, verspreid lag. Men was zoo nabij de woelige stad en toch gevoelde men zich ver van de drukke wereld. Het was, alsof de landelijke God Pan uit die schaduwrijke boschjes te voorschijn moest treden of eene Najade2 uit de wateren van den Cephissus onder het schitterend loof zou opstijgen. Verder in de geheimzinnige diepten van het woud stoeiden zeker Satyrs met bokspooten en kon men het gelach van schoone, bevallige Hamadryaden3 hooren, die rustten op het groene loof. Soms ging er eene ritseling door de kruinen der boomen, die in het zuiverste blauw van den Griekschen hemel trilden, als eene aangename koelte, die daar ruiste voor den tred van den God der vreugde, Dionysus.