Note 4 — V. DE PAUWEN VAN PYRILAMPES.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Aan Hipponicus, dien ten tijde van Solon4 leefde, en een persoonlijk vriend van dezen wetgever was, werd verweten, dat hij den grond tot de welvaart van zijn geslacht, gelegd had, door misbruik te maken van eene vertrouwelijke mededeeling van dien beroemden man. Ten tijde van Pisistratus had een Hipponicus alleen den moed de goederen van den verdreven tyran op te koopen. Terwijl in de Perzische oorlogen velen verarmden, werd de familie der Calliassen en Hipponicussen steeds rijker. Aan een Hipponicus namelijk had zekere Eretriër5, Diomnestus genaamd, zijne schatten in bewaring gegeven, welke hij bij den eersten inval der Aziaten op een vijandelijk veldheer buit had gemaakt. Bij den tweeden inval voerden de Perzen, zooals bekend is, alle Eretriërs en onder hen ook Diomnestus, gevankelijk weg, en zijne schatten bleven in het bezit van Hipponicus. Dan weder was het een Callias, dien een Pers bij Marathon, om zijn leven te redden, in ’t geheim naar een plaats voerde, waar zijne landgenooten veel goud hadden begraven. Callias nam de voorzorg, den Pers, nadat hij hem de plaats gewezen had, te dooden, om zoo zeker te zijn, dat hij niets van het geheim aan een ander zou verraden, voordat Callias den tijd had gevonden, den schat geheel weg te nemen en in veilige bewaring te brengen.