← Table of contents
Aspasia

Note 12 — IV. DE PANSGROT.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

„En ik,” hervatte de jongeling, „heb de treurspeldichters der Atheners altijd voor zeer wijs gehouden, maar ik dacht niet, dat ze ook zoo beminnelijk konden zijn. Ik beoordeelde namelijk onberaden uit de dichtwerken zelven de dichters. Hoe komt het, dat uwe tragische dichtkunst tot nu toe zoo weinig rekenschap hield met de zachtere aandoeningen van het menschelijk hart? Grootsch is daar alles, verheven, niet zelden huiveringwekkend, maar aan den zachtsten en toch tevens den machtigsten hartstocht, de liefde, gunt men de plaats niet, die haar toekomt. Anacreon12 toch en Sappho13 weten, de een op vroolijken, de andere op weemoedigen toon zooveel van haar te zingen; waarom versmaadde het tot dusverre slechts de treurspeldichter, alleen het grootsche en bovenmenschelijke nastrevend, tonen van die teedere, echt menschelijke aandoening aan te slaan?”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings