Note 9 — IV. DE PANSGROT.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„En Phidias evenzoo,” herhaalde Callicrates, bijna verdrietig. „Dagen lang zitten zij samen te fluisteren, met hun beschreven tafels en bladen vóór zich, en rekenen en passen, peinzende over de juiste tusschenruimten, de dikte en helling der kroonlijsten en kapiteelen; dan weer gaan ze naar den Theseus-tempel en meten daar de omtrekken van zuilen en taflement en voelen zich dan ook niet te vreden als zij de balken wat te zwaar of de tusschenruimten der zuilen iets te groot bevinden en wenschen dat het hier beter zal worden. En dan rekenen en meten zij weer en zijn het onderling niet eens en nemen proeven om te zien, hoeveel sterker de hoekzuilen moeten zijn dan de andere, en hoeveel dichter de hoekzuilen bij de naastbij zijnde moeten staan, dan de afstand der andere onderling, hoe de schacht zich naar boven en onder moet verdunnen, hoeveel hier van den Dorischen, daar van den Ionischen stijl9 moet ontleend worden, en hoeveel strepen de uitwijking van dien balk of van die kroonlijst of van dat kapiteel of fries sterker of zwakker mag gemaakt worden, opdat er eene tot nu toe onbereikte harmonie in het geheele werk moge verkregen worden.”