Note 5 — IV. DE PANSGROT.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Het geslacht der Eteobutaden, waaruit sedert overoude tijden de priester van Erechtheüs en de hem ter zijde staande priesteres van Athene Polias stamden, was het oudste en geruimen tijd het aanzienlijkste priestergeslacht in geheel Attica. Maar in latere tijden hadden de verwante Eumolpiden, het priestergeslacht van Demeter5 te Eleusis6, met wier eeredienst de groote mysteriën verbonden waren, als Hiërophanten of opperpriesters van deze geheimzinnige feesten van Eleusis tot een nog hoogeren rang in de Attische hiërarchie7 zich weten te verheffen. Niet zonder geheimen wrok verdroegen de Eteobutaden deze vernedering. Maar deze wrok alleen was het niet, die het gemoed van Diopithes, den tegenwoordigen priester in het heiligdom van Erechtheüs op den burg, verduisterde.