Note 2 — IV. DE PANSGROT.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Maar midden in die woelige en rustelooze drukte van hetgeen tot stand gebracht werd op de Acropolis, staat nog een hecht eerwaardig gedenkteeken van den ouden tijd, evenals een grauwe, half vervallen toren aan het strand der zee, waartegen de bruisende golven aanrollen, als om hem met hare branding te ondermijnen en met zich voort te stuwen. Dit gedenkteeken was de zetel van den oudsten eeredienst der Atheners; het geheimzinnige, sombere heiligdom van den „slangvoetigen” Erechtheüs, den Attischen Stamheros,—tevens de vereering van den zeegod Poseidon2, van de dochter van Cecrops, Pandrosus, en van Athene Polias in zijne gewelven omvattende,—half verwoest in den Perzischen oorlog en verloopig slechts in der haast hersteld.