← Table of contents
Aspasia

Note 6 — III. DE MARSKRAMER VAN HALIMUS.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Wilt gij u aan de vleesch- en bloedlucht onttrekken—evenwel de Olympiërs zelven hebben een welgevallen daarin en versmaden geenszins de offers—en begeert ge aan fijnere en edeler geuren u te vergasten, begeef u dan ginds naar dien kant, waar de schalksche blikken van een meisje, dat kransen vlecht, of een blonde knaap u wenken. De Athener houdt ongeloofelijk veel van kransen. Zij vergezellen hem van de wieg tot aan het graf. Met kransen tooit zich te Athene niet alleen de roem, de liefde, de dood, de vreugde en iedere soort van feestelijkheid, niet slechts de drinker omwindt zijn voorhoofd, ja zijn geheele lichaam met kransen bij het symposion6, ook de magistraat zet zich den krans op ’t hoofd, wanneer hij zijne betrekking waarneemt, en eveneens de redenaar, wanneer hij zich gereed maakt, op de Pnyx tot het vergaderde volk te spreken. Uit myrthe vlecht Athene zijne kransen en uit rozen; den klimop en zelfs het loof der zilverpopulieren versmaadt het niet; hyacinthen woelt het gaarne door het groen der myrthen; maar bij voorkeur schijnt het toch het teedere viooltje lief te hebben, want zijne dichters spreken van „het met violen omkranste Athene.” Nu echter bevinden we ons op de pottebakkersmarkt, den trots van den Atheenschen kunstwerker. Naar de potten toch wordt sedert overoude tijden deze geheele stadswijk geheeten en op de koopvaardijschepen gaan van daar de voortbrengselen van de Attische kleiaarde, door de Goden zoo rijk gezegend, naar alle wereldstreken. De Athener vormt deze klei van zijn geboortegrond, evenals zijn Attisch marmer, met den fijnen kunstenaarszin, dien de Goden, naar hun wijs bestek, hem bij zijne voortreffelijke klei en marmer verleende.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings