Note 8 — XXIV. DE SATYR EN DE BACCHANTE.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
„Waarom?” riep de drager van pestlijken, grijnzend. „Gij zult het misschien toch moeten toelaten, dat ik u aanraak! Van zulke knapen als gij zijt hoop ik er nog ettelijke dozijnen op mijn wagen te krijgen! Overigens echter herhaal ik: het was goed, dat wij Pericles afzetten, opdat hij zou zien, dat wij hem kunnen afzetten, als wij willen. Nu hij dit echter gezien heeft, is het beste dat wij heengaan en hem weder aanstellen en hem de vloot weer toevertrouwen; want wij kunnen hem niet missen, zeg ik u—wij hebben geen tweede, hem gelijk, en niet ieder, die eene knots8 draagt, is daarom een held.”—