Note 3 — XXI. DE MUILEZEL VAN CALLICRATES.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Meno was eens, zooals reeds verhaald is, met de overige slaven van zijn heer, die aangeklaagd was, gefolterd geworden. Niet anders dan met de pijnbank werden Helleensche voor het gerecht ondervraagd. Zóó derhalve had Meno getuigenis afgelegd en op grond daarvan was de Athener vrijgesproken. Doch de slaaf Meno had van dit pijnlijk verhoor eene verminking der ledematen overgehouden. Hij was kreupel geworden. Uit medelijden had zijn heer hem in vrijheid gesteld en hem, bij zijn dood, eene aanzienlijke som vermaakt. De half krankzinnige Meno echter wierp het ontvangen geld in het Barathon3 en verkoos als bedelaar werkeloos onder de Atheners rond te dolen. Hij leefde deels van de spijzen, die men op de graven der dooden legde. Wanneer het ’s winters vroor, warmde hij zijne jichtige leden bij de vuren der smidsen of aan de ovens der openbare baden. Een lievelingsoord van hem was een afschuwelijke plek in Milete, waar men de lichamen der ter dood gebrachten en de stroppen en kleederen der zelfmoordenaars wierp. Hij verzamelde de stroppen zorgvuldig en telde ze dagelijks. Een hond, die schurftig geworden was en daarom door zijn meester weggejaagd, was naar hem toegeloopen en sedert onafscheidelijk van hem. Meno was van een kwaadaardig, sluw karakter en zijn hoogste genoegen scheen hij er in te stellen, zoo hij twist en tweedracht kon zaaien of eenig kwaad onder het volk te weeg brengen. Hij scheen door een heimelijk gevoel van wraak bezield en in alles scheen zijn toeleg om de slavernij op de vrije onderdrukkers te wreken. Opzettelijk deed de verminkte bedelaar zich krankzinniger voor dan hij inderdaad was, om ongestraft den Atheners de hardste waarheden naar het hoofd te kunnen slingeren en in ’t algemeen alles te mogen doen, wat men een mensch met gezonde zinnen niet zou toestaan. Hij was steeds op de Agora of elders op openbare plaatsen te zien; ook op de Acropolis was hij tehuis geraakt, waar hij onder de schare van werklieden rondliep. Want overal vond hij zich op zijne plaats waar drukte van menschen was en waar hij zijne duivelsche rol kon spelen.