Note 6 — XIX. HET KIND DES LICHTS EN DE PRIESTERS DER DUISTERNIS.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Steeds grooter echter werden de verschrikkingen; want bij het schijnsel van als bliksem, schitterende vlammen, die afwisselend uit den grond sloegen en wier roode, blauwe, witte of vale kleur schier verblindend was, zag men gruwzame spookgestalten, monsters der onderwereld door een vluchtigen glans verlicht. Gorgonen met ontzettende koppen, sluipende Echidnen6, vreeselijke Chimaeren7, die de gestalten van een leeuw, eene geit en eene slang in zich vereenigden, tandenknarsende Harpyen met gapende muilen, bleeke, bloeddorstige Emphusen met hondenkoppen, blaffende Scylla’s8 en het huiveringwekkende beeld van Hecate. Doch steeds ontzettender werden de verschrikkingen. Eindelijk verscheen in een vaal licht Thanatos, de God des doods, zittend op doodsbeenderen, in donker, nachtelijk gewaad, het voorhoofd omkranst met affodil9, met eene omlaag gehouden fakkel in de hand, naast hem een vale klepper, waarmede hij in vliegende vaart onmetelijke afstanden aflegt.