← Table of contents
Aspasia

Note 24 — XIX. HET KIND DES LICHTS EN DE PRIESTERS DER DUISTERNIS.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Dit zijn nagenoeg dezelfde woorden, die de oudsten des volks, op Ilium’s muren gezeten, tot elkander spraken, toen zij de schoone Helena zagen. Zij komen voor in de Ilias, Boek III, vers 156–159, en luiden, volgens Vosmaer’s vertolking, aldus:

„Niemand verbaas ’t voorwaar, dat ter wille van zulk eene vrouwe

Grieken en Troiers ’t leed zich troosten van alle die rampspoen.

Machtig in schoonheid schijnt als dat der godinnen ’t aanschijn.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings