Note 16 — XVIII. DE NIEUWE GOD EN ZIJN BLIKSEMSCHICHT.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Zonder een woord te spreken, bijna angstig wachtten Pericles, Aspasia en het herdersmeisje. Eensklaps scheurde vóór hunne oogen de sluier der duisternis en zij verschrikten, verblind door eene plotselinge, schitterende verschijning. Het voorhangsel, dat den achtergrond van het tempelvertrek van het voorportaal had gescheiden, was weggetrokken en zij zagen in het heldere licht vóór zich den gouden en ivoren kolos van den Olympischen God. Op een schitterenden, rijkversierden troon was hij zittend voorgesteld en toch reikend tot aan het dak des tempels met dat verheven hoofd, dat, in goddelijke rust, enkel door een beweging zijner lokken, naar ’t woord des zangers, de hoogte van den Olympus doet daveren16.