Note 3 — XVIII. DE NIEUWE GOD EN ZIJN BLIKSEMSCHICHT.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Vóór de tent van het feestgezantschap uit Cios zagen Pericles en Aspasia een weenenden knaap, dien een hoogbejaarde grijsaard, zijn grootvader wellicht, te vergeefs zocht te troosten. Pericles vroeg naar de oorzaak dezer tranen en vernam, dat de jongen, onder beschuldiging van verwijfdheid, van den wedstrijd der knapen was uitgesloten, omdat hij met lang haar3 en een purperen kleed te Olympia gekomen was. Met half spottende, half berispende woorden laakte Aspasia, zonder zich te ontzien voor hen, die het hooren konden, de harde, oudvaderlijke gestrengheid der Elische kamprechters; daarop streek zij den knaap vertroostend over de donkere lokken en zei: „Schrei niet, beste jongen! Pericles van Athene zal voor u een goed woord doen bij de Hellanodiken.”4