← Table of contents
Aspasia

Note 1 — XVIII. DE NIEUWE GOD EN ZIJN BLIKSEMSCHICHT.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

„Te recht verwondert gij u,” zei Alcamenes, „dat juist de geliefdste leerling van den meester hier ontbreekt, terwijl ik—die sedert de overwinning, welke ik met mijne Aphrodite op hem behaald heb, mij nauwelijks meer op de persoonlijke genegenheid van den meester mag beroemen—deze toch herwaarts gevolgd heb en voortga aan zijne zijde te arbeiden. Nu, als men samen leven en werken zal, komt het er niet zoozeer op aan of men elkander meer of minder liefheeft, als wel daarop of men een gemakkelijk karakter bezit. Ik voor mij zou den omgang met Agoracritus, hoewel hij geweldig op mij gebeten is, best kunnen uithouden; doch hij kan dit niet; en alleen om mijn gehaat gezicht niet meer te zien, is hij sedert de voltooiing van het Parthenon heengegaan. Hij heeft intusschen op zich genomen, een Zeus, die Coronea1 hem heeft opgedragen, te vervaardigen. Maar evenals hij des tijds, toen hij zich voorgenomen had eene Aphrodite te beitelen, eene Nemesis schiep, zoo hield men zijn Zeus, toen deze daar voltooid stond, voor een God der onderwereld. Zoo verdiept hij zich altijd in het sombere, en daar mijne kunst steeds eene tegenovergestelde richting heeft gevolgd, zijn wij allengs zulke tegenvoeters geworden, dat wij volstrekt niet meer in staat zijn aan de uitvoering van hetzelfde ontwerp met elkander te arbeiden.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings