Note 16 — XVII. HET MEISJE UIT ARCADIË1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Altijd weer opnieuw voelden zich beiden aangetrokken door het gekeuvel van het meisje, waarin een zonderlinge phantasie en eene even eigenaardige soort van gevoel zich openbaarden. Weldra echter begon Aspasia met de Arcadische van rol te verwisselen, daar zij van toehoorderes zelve ging vertellen. Zij begon het herdersmeisje van Athene te verhalen, tot Pericles haar verzocht een einde aan ’t gesprek te maken, daar hij gaarne had, dat zij met hem den ingeslagen weg vervolgde. Weldra verdwenen de wandelaars in het bosch. Het was middag geworden, de zon had de vochtigheid van den morgen opgetrokken en het struikgewas verwarmd en al zijne heerlijke geuren doen ontwikkelen. Op de open weiden in het woud en in de houtspleten stonden hoog opgeschoten, bloeiende heesters, welker geuren vereenigd met de aroma’s van de boomhars de berglucht verkwikkend, ja bijna bedwelmd maakten. Van cicaden16 wemelde het hout onder de brandende zon.