← Table of contents
Aspasia

Note 13 — XVII. HET MEISJE UIT ARCADIË1.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Huiden en koppen van gedoode roofdieren waren aan de omheining van den hof, alsmede aan de boomen, die hem omgaven, in grooten getale opgehangen, en nadat Pericles en Aspasia ook deze beschouwd hadden, ademden zij, in de vrije natuur wandelend en aan zichzelven overgelaten, ruimer de geurige lucht der kruiden op de berghelling in. In het frissche groen, als door de geweldige regen schoongewassen, glinsterde de berg in de stralen der morgenzon. De bedauwde grashalmen schitterden op hunne naar de zon gekeerde zijde als blank geslepen klingen. Een zwerm kraaien vloog in volle vaart over de dreven, streek op een eenzaam staanden boom neder, vloog na weinige oogenblikken even haastig weder op en verloor zich in den blauwen aether. Over de verwijderde bergtoppen zag men herders met hunne kudden trekken. De valleien daartusschen waren geheel met een witten nevel en damp gevuld, die als de zee golfde, en waarin de van de hoogte wijdende kudden schenen ondergedompeld te worden en te verdwijnen. Lammeren en runderen zag men in alle dalen grazen en vlugge geiten klauterden tegen de rotshellingen op. Hier en daar klonk de toon der syrinx13, alsmede gezang, het tijdverdrijf der herders op het veld. Van zekeren kant vernamen de beide wandelaars tonen, die hun bijzonder liefelijk in de ooren klonken. Zij sloegen den weg in, vanwaar het geluid kwam en vonden eene groep herders, die luisterend zich om den voortreffelijken fluitspeler hadden geschaard. Weldra echter trad uit het midden der luisterende schaar een herder, die zich met hem in een wedstrijd wilde meten. Toen Pericles en Aspasia naderden, viel beiden fluitblazers de schalmei uit den mond, ja bijna uit de handen, en alle herders rondom stonden getroffen door de vreemde verschijning. Toen Pericles echter hen vriendelijk verzocht hun wedstrijd voort te zetten en hun zeide, dat zijne gemalin en hij Atheners waren, die, op hunne reis naar Elis, door een geweldig onweder overvallen, hier eene schuilplaats hadden gezocht, begonnen de beide kunstvaardige herders met nog grooter ijver dan straks hun wedstrijd opnieuw en verzochten den Athener en zijne gemalin het rechtersambt te vervullen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings