Note 8 — XVII. HET MEISJE UIT ARCADIË1.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Toen zij Mycenae zelve hadden bereikt, was de duisternis ingevallen. Zij stonden op de rotshoogte, waar het grauwe muurwerk, uit reusachtige, loodrecht gehouwen rotsblokken opgestapeld, door mos en klimop overdekt, in de schemering schier dreigend en beangstigend zich verhief. Nochtans versmaadden zij het, naar beneden te gaan tot de woonplaatsen der weinige Myceners, die in de reeds lang vervallen en schier uitgestorven heerscherstad der Atriden8 nog woonden. Pericles en Aspasia besloten den lauwen zomernacht in de nabijheid van deze eerwaardige overblijfsels van het verleden onder eene tent door te brengen. Thans ging de maan op en baadde het muurwerk en de hoogte zelve, met alle bergkruinen van Argos rondom en de vlakte daartusschen tot aan de verre golf, in haar zilveren licht. Hoewel vermoeid, konden Pericles met Aspasia de bekoring van dit tooverachtig, heldere maanlicht niet weerstaan. Zij putten nieuwe kracht uit de zonderlinge opgewektheid hunner gemoederen. Voor weinige dagen nog omgaf hen het woelige Athene en thans stonden zij op Mycenae’s puinhoopen, door de huiveringwekkende stilte van den sterrenhelderen nacht omgeven, in de sombere eenzaamheid der Argolische bergen. De geest van Homerus kwam over hen. In het ruischen van den wind, in het suizen der bergtoppen vernamen zij iets, wat hun als een zwakke nagalm klonk van zijn onsterfelijk heldenlied. Het licht der volle maan, dat rondom op Argos’ bergtoppen scheen, herinnerde hen aan de wachtvuren, die eens hier van den eenen bergtop tot den anderen flikkerden, om de mare van de zege der Hellenen over zee en gebergte herwaarts te brengen tot aan den burg van Agamemnon, waar de woeste Clytemnaestra, aan de zijde van haar minnaar Aegisthus, den terugkeer van den zegevierenden Hellenen-aanvoerder met in ’t geheim geslepen moordstaal verbeidde. En binnen deze verlaten puinhoopen, die daar vóór hen lagen, in de doodstille, nachtelijke eenzaamheid, werd dit moordstaal getrokken. Achter deze muren verstierf dof het doodsgerochel van den huiswaarts gekeerden heerscher der volkeren …