← Table of contents
Aspasia

Note 3 — XV. UILEN OP DE ACROPOLIS.

W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation

Iedere dag had thans voor Pericles zijn eigenaardigen lust, zijn eigenaardigen glans, zijne eigenaardige bekoorlijkheid. Altijd was Aspasia voor Pericles alles en toch iederen tijd iets anders: des morgens zijne rozenvingerige Eos, des avonds zijne Selene3, zoete sluimering op zijne oogleden droppelend, des daags zijne Hebe, die hem den beker des levens aanbood. Zij was de Hera van den „Olympiër,” maar zij behoefde nooit den toovergordel eerst van de gouden Aphrodite te ontleenen. Nog meer: in menig oogenblik scheen zij hem eerwaardig toe als zijne moeder en op andere tijden beminde hij haar met de liefde, waarmede men een kind liefheeft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings