Note 13 — XIV. DE PANATHENAEËN.
W. F. P. (Willem Frederik Paulus) Enklaar translation
Oogverblindend als de tempel, schitterde ook de kolossale godengestalte: van ivoor waren de onbedekte deelen gevormd, van goud al het overige; diepzinnig voor zich heen staarde het ernstige, schoone hoofd, bedekt door den zwaren helm, waaronder weelderige lokken neergolfden. De trekken van het gelaat hadden eene peinzende uitdrukking, maar het diepzinnige scheen zich in eene vriendelijke opgeruimdheid op te lossen. Ter linkerzijde van de Godin rustte het schild vreedzaam staande, niet meer krijgshaftig opgeheven. De lans was niet langer strijdvaardig in hare hand geklemd. Niet als kampioen verscheen zij meer doch wel als overwinnares. Op hare uitgestrekte rechterhand droeg zij eene gevleugelde zegegodin, evenals men eene duif of valk draagt. De gevleugelde zegegodin bood haar een van goud stralenden krans aan. Onder de bescherming van het schild kronkelde zich de heilige burgtslang, zinnebeeld van de eerstgeboren, door de Goden bewaakte kracht van het Attische land en volk. Over de borst der Godin hing het Aegispantser13 met het versteenend Gorgonenhoofd. Onder het breedgewelfde, hoog verheven sieraad van haar helm was eene Sphinx zittende afgebeeld, ter rechter en linker zijde daarvan griffioenen, zinnebeelden van diepzinnigheid, scherpzinnigheid en waakzaamheid. Nog ander verschillend beeldwerk trachtte het wezen van de Godin duidelijk uit te drukken: op de buitenzijde van het schild de strijd tegen de wilde Amazonen14, op den binnenkant de trotsche Giganten, op den rand der sandalen de ruwe Centauren; en zoo overal strijd tegen de woeste, donkere machten.